Wij, bestuurders van professionele instellingen geven leiding aan onze organisaties vanuit een authentieke visie en missie, gericht op het erkennen en herkennen van de kwetsbare en speciale positie van onze doelgroep.

Auteur: webredactie Alliantie M3 | Datum: 15 juni 2010 | Categorie: kleinschaligheid en kwaliteit | Reacties: (0)
Het verhaal van Leny | Redelijk zelfstandig aanleunen | Van structuur bieden naar volgen
Aan de tafel in de woonkamer van de locatie Graaf van Loonlaan zitten vier personen aan de koffie. Teamleider Wim van Baal, persoonlijk begeleider Wendy Brouwers en zus Wilma van Neerven vertellen over hun samenwerking in de begeleiding van Leny van Heel. Tijdens het interview loopt Leny van Heel binnen, ongerust en angstig. Ze wil praten over de verhuizing in 2010. Ze wil niet naar Heythuysen, maar terug naar Linne!! Waar ze met haar moeder heeft gewoond. Wendy laat het interview voor wat het is, pakt haar hand en praat met haar. Met eindeloos geduld. Net zolang tot ze weer rustig is. Die scène herhaalt zich die middag verschillende keren. Zus Wilma ziet het tevreden aan. ‘Kijk, dat bedoel ik nou!’
Na de kleuterschool en de basisschool in haar woonplaats Linne bezocht Leny van Heel een ZMLK-school. Daarna ging ze naar Activiteitencentrum Pappelhof van PSW. Al die tijd woonde ze thuis bij haar vader en moeder. Op een korte periode na. Wilma: ‘Rond haar tiende jaar heeft Leny korte tijd in een grote, intramurale instelling gewoond. Toen mijn ouders haar daar een keer in een nare toestand aantroffen, hebben ze haar terug naar huis gehaald. Sindsdien wilden ze niet meer dat Leny ergens anders ging wonen.’ Thuis wonen leverde weinig problemen op, met een rustige, zachtaardige man als vader en een duidelijke, precieze moeder. Wilma: ‘Het ging perfect! Tot mijn moeder ziek werd.’
Na het overlijden van hun ouders hebben twee zussen van Leny eerst voor haar gezorgd in het ouderlijk huis, maar dat ging niet meer. Wilma: ‘We zijn gaan zoeken naar een geschikte plek voor haar, zoals in een instelling waar ze kon wonen in een speciale autistengroep. Alles was heel doordacht en gestructureerd. Maar Leny kon daar niet zelf naar haar kamer lopen of zelf koffie zetten. Ze is op haar manier een echte levensgenieter en we waren bang dat ze daar niet op haar plaats was.’ Wendy: ‘Haar sociaal-emotioneel niveau is heel bepalend voor hoe ze functioneert. Als ze overgeprikkeld is, heeft ze een speciale omgeving en intensieve begeleiding nodig. Maar als ze rustig is en zich veilig voelt, functioneert ze op een veel hoger niveau.’
Toevallig kwam op dat moment een ruimte vrij in de locatie Graaf van Loonlaan. Leny kreeg haar eigen kamer met keukenblok, toilet en douche, te bereiken via een aparte ingang. Wim: ‘Leny leeft als het ware aangeleund aan de groep. Ze kan daar bijna wonen zonder geconfronteerd te worden met haar medebewoners. Ze haalt haar eten beneden op en brengt de spullen ook weer zelf terug. Af en toe komt ze naar beneden, als het haar uitkomt. Ze heeft haar eigen ritme ontwikkeld. En wij volgen haar daarin.’ Wendy: ‘Leny kan alleen zijn, bij gratie van het feit dat er altijd iemand is. Dat weet ze. Haar kamer heeft een houten vloer. Als ze onrustig wordt, kunnen we dat beneden horen en gaat er iemand naar haar toe. De andere bewoners van de Graaf van Loonlaan hebben de mogelijkheden om te snappen dat ze rekening moeten houden met Leny en haar met rust moeten laten.’
Het eerste jaar voor de medebewoners en de medewerkers. Maar vooral voor Leny van Heel zelf. Wim: ‘Haar moeder was gestorven en ze was verhuisd uit Linne, waar ze haar hele leven had gewoond. Ook op de dagbesteding was ze door ongelukkig toeval net verhuisd. Ze was haar houvast kwijt en onzeker. Dat bracht haar uit haar evenwicht.’
Binnen PSW is veel expertise aanwezig over autisme. Toch bleken de begeleidingsmethodieken bij Leny van Heel niet goed te werken. Wendy: ‘We zijn begonnen met het bieden van een strakke structuur. Dat pikte ze niet op. We zijn haar gaan volgen. Wij proberen, natuurlijk binnen de grenzen van hygiëne en veiligheid, de structuur te bieden die zij zelf aangeeft. Dat werkt veel beter. Ze heeft nu een eigen ritme dat met vallen en opstaan is gegroeid.’ Goede communicatie met de familie was en is in de begeleiding van Leny van Heel van groot belang. Zonder die goede samenwerking, vertellen de betrokkenen, was dat niet gelukt. Wendy: ‘De betrokkenheid is heel groot en de familie is ook realistisch. Als er iets gebeurt, nemen we meteen contact op. We kunnen eerlijk en open zijn en hoeven niet op onze woorden te passen.’ Wilma: ‘Rechtuit communiceren, dat werkt het best. Bij vervelende dingen denk ik: dat kan bij ons of ergens anders ook gebeuren!’
Bewerking een interview uit PSW Info, juni 2009 (E. van Gils). Foto: Leny van Heel, gemaakt door haarzelf.